Tips voor het maken van een zelfportret
07 december 2021 
6 min. leestijd

Tips voor het maken van een zelfportret

Nee, we hebben het hier niet een telefoon-selfie, maar over een foto van jezelf gemaakt met je fotocamera. Zelfportretten maken is niet alleen een handige manier om foto’s van jezelf te hebben, maar ook een goede kans om je fotografie-skills te verbeteren. We geven je 5 tips voor het maken van zelfportretten.


Volgens het woordenboek is een zelfportret een ‘afbeelding van zichzelf’. Een selfie dus. In dit blog hebben we het niet over selfies die je met gestrekte arm met je telefoon maakt, maar over iets professionelere zelfportretten. In plaats van dat je iemand anders voor je lens hebt, stel je je camera in en ga je zelf voor de lens staan.


Als fotograaf is het altijd handig om foto’s van jezelf te hebben voor op je website en social media. Is er geen fotograaf in de buurt? Dan kun jij als zelfportret-expert die foto’s gewoon zelf maken.

Bovendien ontwikkel je je fotografie-skills door regelmatig zelfportretten te maken. Oefen met techniek en belichting en ontdek hoe je klant zich voelt als hij/zij voor je lens staat. Omdat bij zelfportretten niet hoeft te voldoen aan de wensen van een opdrachtgever, kun je naar hartelust experimenteren. Wordt het resultaat niet helemaal zoals gehoopt? Dan is dat helemaal niet erg.


Onmisbaar voor een zelfportret is natuurlijk een camera. Welke lens je daarop gebruikt, hangt af van het type foto je wilt maken. Je kunt werken met de zelfontspanner op je camera, of gebruik maken van een afstandsbediening. Het gebruik van een afstandsbediening scheelt een hoop heen en weer rennen. Omdat je je camera niet in je hand wilt houden, heb je ook een statief nodig.

Het kan lastig zijn om in te schatten hoe je in beeld komt, omdat je tijdens het fotograferen niet door de zoeker van je camera kunt kijken. De meeste camera’s kun je via een kabel op je computer of tv aansluiten. Via bijgeleverde software kun je zo live zien hoe je in beeld komt.


Voor je zelfportret kies je dezelfde instellingen die je zou gebruiken als je niet jezelf, maar een ander zou fotograferen in dezelfde omstandigheden. Kies een groot diafragma (klein diafragmagetal) voor een onscherpe achtergrond. Maak hem iets kleiner dan je normaal zou doen voor een portretfoto, omdat je niet zo nauwkeurig scherp kunt stellen als wanneer je achter de camera staat met een model voor de camera. Fotografeer je normaal op f/2.8? Probeer dan nu op f/5 of kleiner te werken. Experimenteer bij welk diafragma je voldoende scherpte in je gezicht hebt.

Gebruik een snelle sluitertijd om je beweging te bevriezen of een langere sluitertijd om je beweging juist te vervagen. Kies een geschikte ISO-waarde volgens de belichtingsdriehoek, zodat je foto goed belicht is. Maak een testfoto voordat je helemaal los gaat, om te kijken of die instellingen het gewenste resultaat geven. Stel de zelfontspanner zo ruim mogelijk in, zodat je voldoende tijd hebt om een goede houding aan te nemen. Bij sommige camera’s kun je instellen dat er meerdere foto’s gemaakt worden, met een zelf te kiezen aantal seconden tussen twee foto’s. Maak gebruik van deze functie om verschillende poses aan te kunnen nemen, zonder tussendoor naar de camera heen en weer te rennen.

Je weet hoe je scherp moet stellen met je camera, maar hoe doe je dat als diegene (jij!) die scherp in beeld moet komen, achter de camera staat in plaats van er voor? Daar is gelukkig een trucje voor. De makkelijkste optie is gebruik maken van een vriend(in), familielid, huisgenoot of toevallige voorbijganger als stand-in. Is er geen mens in de buurt? Gebruik dan een groot voorwerp. Kies bij voorkeur geen plat voorwerp, maar iets met meer volume, zoals een grote plant, een mop of een grote knuffel. Kies voor handmatig scherpstellen en niet voor autofocus. Als de instellingen goed staan, vervang je de stand-in voorzichtig door jezelf, zodat jouw ogen zich op de plek bevinden waar je op scherp gesteld hebt.


Er is geen goede of foute manier om zelfportretten te maken. We geven je vijf tips die je op weg helpen, waarna je kunt gaan experimenteren.


Tip 1: Zet je camera op een statief

Een statief is een handig hulpmiddel bij het maken van zelfportretten. Zo plaats je de camera makkelijker op de juiste hoogte en verklein je de kans dat hij valt. Zoek de juiste hoek en gebruik eventueel een stand in om de juiste hoogte en hoek te bepalen. Je kunt ook uit de hand fotograferen door bijvoorbeeld je reflectie in een spiegel vast te leggen. Gebruik je creativiteit en denk in mogelijkheden.

Tip 2: Gebruik een afstandsbediening

Gebruik een afstandsbediening om uitgebreid de tijd te hebben om jezelf voor de camera te positioneren. Veel afstandsbedieningen kun je ook gebruiken om de camera te laten focussen, wat handig is als je zelf van voor naar achteren beweegt en zo mogelijk uit je ingestelde focuspunt stapt. Zet eventueel een object zoals een kapstok op de plek waar jij wilt gaan staan tijdens het maken van de foto en stel het scherpstelpunt in op dat object. Ga vervolgens zelf op de plek staan waar het object stond en zorg dat je camera opnieuw focust op het gekozen scherpstelpunt.

Heb je geen afstandsbediening? Dan kun je gebruik maken van de zelfontspanner, die je zo in kan stellen dat hij elke 5, 10 of 20 seconden een foto maakt.

Tip 3: Durf te experimenteren

Een groot voordeel van jezelf fotograferen is dat je naar hartenlust kunt experimenteren. Niemand die je op de vingers kijkt en niemand die na afloop (goede) foto’s van je verwacht. Fotografeer jezelf dan ook met het (leer)proces in gedachten en niet met de perfecte social media post voor ogen. Durf uit je comfortzone te stappen en andere poses, soorten licht en hoeken te proberen.

Tip 4: Speel met schaduw en licht

Fotografeer jezelf op verschillende locaties met verschillend licht en experimenteer met wat je met elk van die lichtsoorten en –richtingen kunt doen. Laat bijvoorbeeld schaduwen op je gezicht vallen door met je hand, een plant of een vitrage met patroon tussen jouw gezicht een deel van het licht te blokkeren. Een zelfportret is ook een goede kans om het werken met flitsers onder de knie te krijgen.

Tip 5: Geef aandacht aan de omgeving

Voelt het (nog) niet heel comfortabel om vol met je hoofd in beeld te staan? Je kunt ook een environmental portrait maken, waarin je relatief veel van de omgeving laat zien. Extra leuk als die omgeving iets over jou vertelt. Fotografeer jezelf bijvoorbeeld als klein onderdeel van je favoriete landschap of in dat fijne hoekje in je woonkamer. Wil je helemaal onherkenbaar in beeld? Dan kun je je gezicht bedekken met een object (doek, ballon, o.i.d.) of je haar in je gezicht laten hangen. Niemand hoeft het resultaat te zien en te beoordelen, dus ga los!


Zelfportretten zijn de ultieme kans om te experimenteren met verschillende technieken. Omdat je uitgebreid de tijd kunt nemen en niet per se goede foto’s af hoeft te leveren, kun je nieuwe dingen proberen:

  • probeer verschillende sluitertijden uit om beweging creatief te fotografen
  • experimenteer met verschillende poses
  • gebruik nieuwe lichtbronnen of licht vanuit andere hoeken dan wat je normaal zou kiezen
  • fotografeer jezelf via een spiegel of ander reflecterend oppervlak
  • probeer eens een foto te maken waarin je een unieke eigenschap van jezelf of een emotie die je op dat moment sterk voelt, verbeeldt
  • experimenteer met double exposures
  • maak een scene uit een film of een schilderij na (met jezelf als model uiteraard)

Doe inspiratie op bij fotografen die bekend staan om hun zelfportretten, zoals Vivian Maier, Rosie Hardy en vele anderen.

--> wil je meer toffe fotografieinspiratie opdoen en verder groeien als fotograaf? Meld je aan voor onze fotografiecommunity The Backpacker, waarin je inspirerende masterclasses volgt en geïnspireerd wordt door andere fotografen.

Reactie plaatsen